Darmhormoon gekoppeld aan 40% van de gevallen van chronische diarree: potentieel voor nieuwe behandelingen

0
11

Onderzoekers hebben een belangrijk darmhormoon geïdentificeerd, Insulin-Like Peptide 5 (INSL5), dat een belangrijke rol lijkt te spelen in maximaal 40% van de gevallen van chronische diarree, waaronder een slecht begrepen aandoening die bekend staat als galzuurdiarree. Deze ontdekking, gepubliceerd in het tijdschrift Gut, zou de weg kunnen vrijmaken voor een eenvoudige bloedtest voor diagnose en, cruciaal, voor nieuwe therapeutische benaderingen van een aandoening die vaak ten onrechte wordt gediagnosticeerd als het prikkelbare darm syndroom (IBS).

De biologie van galzuurdiarree

Het spijsverteringsproces omvat de afgifte van galzuren door de lever om vetten af te breken. Normaal gesproken worden deze zuren opnieuw geabsorbeerd in de dunne darm. Bij ongeveer 1% van de bevolking mislukt deze reabsorptie echter, waardoor galzuren de dikke darm bereiken, wat urgente, waterige diarree en soms incontinentie veroorzaakt. Het diagnosticeren van deze aandoening is momenteel een uitdaging vanwege het gebrek aan routinematige klinische tests; veel patiënten krijgen ten onrechte het etiket PDS.

De rol van INSL5

Studies bij muizen suggereerden dat het darmhormoon INSL5 vrijkomt wanneer galzuren de cellen in de dikke darm en het rectum irriteren. Onderzoekers van de Universiteit van Cambridge hebben in samenwerking met Eli Lilly een nieuwe antilichaamtest ontwikkeld om dit hormoon bij mensen te meten. Experimenten met galzuurklysma’s bij gezonde vrijwilligers bevestigden dat hogere INSL5-niveaus correleren met een verhoogde drang om te poepen.

Analyse van patiëntenmonsters van Imperial College London onthulde dat personen met bevestigde galzuurdiarree significant verhoogde INSL5-waarden hadden vergeleken met gezonde controles. Hoe hoger het INSL5-niveau, hoe wateriger hun ontlasting. Dit bevestigt dat INSL5 niet alleen gecorreleerd is met chronische diarree, maar deze waarschijnlijk veroorzaakt.

Implicaties voor PDS en bestaande behandelingen

In de studie werden ook patiënten onderzocht met de diagnose PDS die niet reageerden op standaardbehandelingen. De resultaten toonden aan dat ongeveer 40% van deze patiënten verhoogde INSL5-waarden had, zelfs nadat galzuurmalabsorptie was uitgesloten. Interessant genoeg reageerden deze patiënten gunstig op ondansetron, een medicijn tegen ziekte waarvan bekend is dat het de INSL5-activiteit bij muizen blokkeert.

Hoewel het exacte mechanisme onduidelijk is, is het team van mening dat INSL5 fungeert als een ‘gifsensor’, die het lichaam ertoe aanzet zich te ontdoen van irriterende galzuren. De huidige behandelingen voor galzuurdiarree (galzuurbindende harsen) werken slechts ongeveer tweederde van de tijd. De ontdekking van INSL5 opent de mogelijkheid om bestaande medicijnen zoals ondansetron een nieuwe bestemming te geven of nieuwe, effectievere therapieën te ontwikkelen.

Het Cambridge-team plant verder onderzoek om de exacte rol van ondansetron te verduidelijken en behandelingsstrategieën te optimaliseren. Dit onderzoek markeert een belangrijke stap in de richting van het begrijpen en beheersen van chronische diarree, waardoor mogelijk de levens van miljoenen mensen die getroffen zijn door deze vaak verkeerd begrepen aandoening worden verbeterd.