Jeffrey Epstein, de veroordeelde zedendelinquent die in 2019 zelfmoord pleegde terwijl hij wachtte op een proces wegens aanklacht wegens sekshandel, maakte gebruik van zijn connecties om filmmaker Woody Allen en zijn vrouw, Soon-Yi Previn, in 2015 een privérondleiding door het Witte Huis te gunnen. Uit nieuw vrijgegeven documenten van het ministerie van Justitie blijkt hoe Epstein zijn netwerk uitbuitte om het bezoek te vergemakkelijken, waarbij hij zelfs grapjes maakte over de potentiële politieke gevoeligheid van Allen.
Verbindingen benutten voor exclusieve toegang
Epstein, een bekende medewerker van Allen en Previn, gebruikte zijn banden met voormalig Witte Huis-advocaat Kathy Ruemmler om de tour te regelen. In een e-mail van mei 2015 vroeg Epstein of Ruemmler ‘Soon-Yi het Witte Huis kon laten zien’, wat suggereerde dat Allen misschien een te controversieel figuur zou zijn om mee te nemen. Ruemmler was het daarmee eens, hoewel ze betwijfelde of Epstein zelf toegang zou krijgen vanwege zijn criminele geschiedenis.
Het bezoek vond plaats op 27 december, terwijl president Obama op Hawaï was. Uit gegevens van het Witte Huis blijkt dat Allen, Previn en Ruemmler aanwezig waren. Dit incident onderstreept hoe de rijkdom en connecties van Epstein hem in staat stelden de typische beveiligingsprotocollen te omzeilen en toegang te verlenen aan individuen, ongeacht hun publieke imago of juridische status.
Een gedeelde cirkel van controverse
Het trio stond niet geïsoleerd in hun controversiële associaties. Epstein onderhield vriendschappen met andere spraakmakende figuren – waaronder Dick Cavett, Noam Chomsky en wijlen David Brenner – ondanks zijn status als geregistreerde zedendelinquent en beschuldigingen van kindermisbruik. Uit e-mails blijkt dat Epstein regelmatig diners organiseerde die door deze gasten werden bijgewoond, waardoor een sociale kring ontstond die zijn aanwezigheid normaliseerde.
Allen zelf omschreef deze bijeenkomsten als ‘interessant’, waarbij hij het ‘weelderige’ eten en de soms bizarre sfeer opmerkte, waarbij hij het bedienend personeel vergeleek met ‘jonge vrouwelijke vampieren’ in een brief voor Epsteins verjaardagsfeestje in 2016. Deze terloopse minachting voor de misdaden van Epstein benadrukt de mate waarin sommige elites zijn daden over het hoofd zagen in ruil voor sociale en professionele voordelen.
Afleidende kritiek: parallellen met Bill Cosby
E-mails tussen Allen, Previn en Epstein laten zien hoe zij hun schandalen hebben ingekaderd in vergelijking met anderen. In 2016 bespraken ze de juridische problemen van Bill Cosby, waarbij Epstein suggereerde dat het publiek eenvoudigweg een ‘heks nodig had om te verbranden’. Allen minimaliseerde zijn eigen situatie en voerde aan dat zijn zaak – geworteld in beschuldigingen van misbruik tegen zijn geadopteerde dochter Dylan Farrow – ‘radicaal anders’ was dan Cosby’s meerdere strafrechtelijke aanklachten.
Epstein voerde verder aan dat het verzet tegen Allen voornamelijk voortkwam uit zijn relatie met Previn, die hij omschreef als een ‘publiekelijk doorbroken taboe’. Allen was het daarmee eens en zei dat hij zich niet zou verontschuldigen voor hun relatie, aangezien het “onze zaak was en niet de zaak van het publiek.” Deze uitwisseling laat zien hoe het trio hun acties rationaliseerde en kritiek afweerde door de ernst van hun respectieve schandalen te bagatelliseren.
Conclusie
De gelekte e-mails bevestigen dat de invloed van Jeffrey Epstein zich uitstrekte tot in de hoogste machtsniveaus, waardoor hij exclusieve toegang kon regelen voor controversiële figuren als Woody Allen en Soon-Yi Previn. Deze onthullingen leggen niet alleen het vermogen van Epstein bloot om zijn netwerk te manipuleren, maar benadrukken ook de bereidheid van de elites om zijn misdaden over het hoofd te zien voor persoonlijk gewin. Het incident onderstreept de bredere kwestie van hoe rijkdom en invloed ethische grenzen en juridisch toezicht kunnen overschrijden.
